Het songfestival is natuurlijk net zoiets als het WK voetbal, het levert dezelfde emoties op. Toen Ilse en Waylon als ‘The Common Linnets’ in Kopenhagen 238 punten kregen, klapte ik in mijn handen en gooide mijn tompoes van schrik tegen het plafond.

Ik hoop dat het schrijverskamp van de drie zussen raak heeft geschoten met ‘Lights and shadows’, maar ik heb er niet echt vertrouwen in.

Om muziek gaat het natuurlijk allang niet meer bij het songfestival. Dat hebben we gemerkt toen Stieneke ons vertegenwoordigde met haar ‘Ik Ben Verliefd (Sha La Lie)’. Het absolute dieptepunt in de Nederlande songfestival-historie.

Vind ik.
Een gimmick. Daar gaat het om.

De Scandinaviërs zijn gewoon beter dan wij met hun gouden liedjes. En de Oost-Europeanen verzinnen betere gimmicks dan welk land dan ook, zelfs beter dan De Toppers, die – laten we eerlijk zijn, een gimmick op zich waren.

Wij zijn te nuchter voor de perfecte gimmick. We proberen het wel hoor. Linda Wagenmakers had bijvoorbeeld dansers onder haar jurk, Joan Franka had een indianentooi op haar hoofd, Douwe Bob hield tien seconden stilte en zelfs de veelbesproken scheurjurk van Trijntje, het mocht niet baten.

Maar voor mij maakt het niet uit. Ik ben erbij. Op de bank. Ik luister aandachtig naar Cornald Maas en Jan Smit die ons tot het laatste moment laten geloven dat we nog kans maken.

Want zo hoort het. En zoals we in 1975 leerden:

“Listen to it, maybe it’s a big hit”
Waarheid als een koe!
“Sing ding-ding-dong..”