‘Douze points’

‘Douze points’

Het songfestival is natuurlijk net zoiets als het WK voetbal, het levert dezelfde emoties op. Toen Ilse en Waylon als ‘The Common Linnets’ in Kopenhagen 238 punten kregen, klapte ik in mijn handen en gooide mijn tompoes van schrik tegen het plafond.

Ik hoop dat het schrijverskamp van de drie zussen raak heeft geschoten met ‘Lights and shadows’, maar ik heb er niet echt vertrouwen in.

Om muziek gaat het natuurlijk allang niet meer bij het songfestival. Dat hebben we gemerkt toen Stieneke ons vertegenwoordigde met haar ‘Ik Ben Verliefd (Sha La Lie)’. Het absolute dieptepunt in de Nederlande songfestival-historie.

Vind ik.
Een gimmick. Daar gaat het om.

De Scandinaviërs zijn gewoon beter dan wij met hun gouden liedjes. En de Oost-Europeanen verzinnen betere gimmicks dan welk land dan ook, zelfs beter dan De Toppers, die – laten we eerlijk zijn, een gimmick op zich waren.

Wij zijn te nuchter voor de perfecte gimmick. We proberen het wel hoor. Linda Wagenmakers had bijvoorbeeld dansers onder haar jurk, Joan Franka had een indianentooi op haar hoofd, Douwe Bob hield tien seconden stilte en zelfs de veelbesproken scheurjurk van Trijntje, het mocht niet baten.

Maar voor mij maakt het niet uit. Ik ben erbij. Op de bank. Ik luister aandachtig naar Cornald Maas en Jan Smit die ons tot het laatste moment laten geloven dat we nog kans maken.

Want zo hoort het. En zoals we in 1975 leerden:

“Listen to it, maybe it’s a big hit”
Waarheid als een koe!
“Sing ding-ding-dong..”

Kei-leuk jûh

Stap in Abu Dhabi op het vliegtuig en vlieg een paar honderd kilometer in een willekeurige richting. Laat je blinddoeken voordat je het vliegveld verlaat. De kans dat je aan de taal van de taxichauffeur kunt horen in welke deel van het land je terechtgekomen bent, is klein. Maar stap je in Hazerswoude in de auto, dan moet je na drie kwartier rijden soms je wenkbrauwen optrekken omdat je bij de eerste supermarkt de kassière niet kunt verstaan.

Dialecten.
Ik schijn dus -Jûh, wat hebbie dan?- een Leidse tongval te hebben. Met soms een vleugje Rotterdams. -Hebbie dat gezien?- Vind ik lastig om te horen hoor. Ik probeer er vandaag de dag dus een beetje op te letten.
Goed, die kinderen-voor-kinderen-R heb ik. Ik beken. Als ik MaaR zeg dan zeg ik geen maarrr maar MaaR.
Snappie?

Maar spreek ik dan dialect? Want, ieder taalgebruik dat niet tot het standaard Nederlands wordt gerekend, is dialect.
Wie zal het zeggen? Een dialect is een groepstaal – de eigen taal van een groep mensen die allemaal in dezelfde regio wonen.
`Het enige goede dat uit Heusden komt, is de bus naar Wijk en Aalburg’ , zeggen ze in Wijk en Aalburg.

En iets dergelijks wordt in vrijwel elke andere Europese gemeente gezegd over de buren. Hoe vaker er verhuisd wordt, hoe meer de groepen zich met elkaar mengen, des te minder het dialect een kans krijgt.

Laat ik dán zeggen dat ik me wel eens schuldig maak aan spreektaal. Mag dat ook? Of.. plat praten. In de moderne taalwetenschap wordt de term ‘plat’ alleen niet meer gebruikt. Het is ook niet waar dat het absoluut plat is om soms ie te zeggen in plaats van je. Dat valt trouwens eenvoudig te demonstreren: precies dezelfde wisseling tussen je en ie komt ook voor in een deftige en oeroude taal als het Hebreeuws uit de Bijbel. Uit geschriften in die taal kunnen we opmaken dat de oude profeten ook soms ie zeiden en soms je.

Dat wil zeggen dat ik dus net zo spreek als de schrijvers van de Bijbel.
Geldt dat dan ook voor de Haagse Harry’s, de Carnavalvierende Brabo’s en Limburgers, de Amsterdamse Sjonnies, de tukkers uit Twente en de boeren uit Groningen?

Het dialect zal blijven bestaan zolang er mensen zijn die trots zeggen dat ze oorspronkelijk uit Leiden komen.
Al stappen we in de auto richting Brabant of op het vliegtuig naar Abu Dhabi.

Voetbal of mindfulness

Voetbal of mindfulness

Terwijl ik een pak melk op de band zette bij de Jumbo hoorde ik iemand aan het meisje achter de kassa vragen wie er volgens haar Europees Kampioen zou worden. Voordat het meisje haar mond open deed schreeuwde een man in de rij achter mij: “Dat vraag je toch niet aan een vrouw? Vrouwen doen mindfulness  en horen zich niet te bemoeien met voetbal!”

Nu begrijp ik ook niet zoveel van voetbal hoor. Ik zie het eerlijk gezegd als een sport waar spelers met TE veel tatoeages, TE veel salaris TE lang op het veld blijven liggen.
Bovendien vind ik hun vrouwen vaak te dun.

Maar toch, ik ben geen mindfulness-type en heb gewoon een fascinatie voor voetbalminnende mannen.

Voetbalpoëzie
Mannen die over voetbal praten in voetbaltermen, ik zie het als poëzie; je hoeft het niet te begrijpen om het te waarderen.

Daarom kijk ik met veel plezier (mee) naar programma’s waarin mannen over voetbal praten en vond ik het Genieten met een hoofdletter toen Maxim Hartman tijdens NOS Studio France, Rafael van der Vaart aan de tand voelde over het feit dat hij ‘wel eens’ een  frikandelletje eet.

Hoe vervolgens de mannen bij Voetbal Inside daar smakelijk om lachen maar er tussen de regels door toch gezegd wordt dat Rafael inderdaad een taak heeft als profvoetballer en een frikandelletje dus éigenlijk niet kan.
Des te leuker om te lezen dat de verkoop van frikandellen met 12% is gestegen.

Kortom: of het nu propaganda is, of niet: als wij vrouwen voetbalpraat niet kunnen waarderen, dan moeten we inderdaad niet naast de mannen blijven zitten en toch maar iets met mindfulness gaan doen.

Opgegeven

Ik heb de afgelopen jaren vaak goede voornemens gehad. Helaas bleek steeds dat het opvolgen ervan problematisch werd, laat staan het uitvoeren. Dus nee, geen goede voornemens voor mij dit jaar. Ik kan wel mijn intentie uitdrukken om met enige regelmaat een blog te posten. De regelmaat hiervan hangt af van hoe het met me gaat. En dat is momenteel niet zo goed dus ik ben er nog niet helemaal uit.

Ik ben opgegeven. Volgens de wetenschap duren de symptomen zeven jaar. Het is moeilijk, maar ik moet ermee dealen.

Hoe kan ik nu nog leuke blogs schrijven? Blogs met ongezouten commentaar op de wereld? Waar moet ik het nu nog over hebben? De mensheid wil een cynische Sam lezen. De Sam die anderen bekritiseert, die met een knipoog valt over dingen die niet belangrijk zijn.

Maar nu; Een ´aandoening´. Ik heb er weleens eerder mee gekampt maar ik dacht dat ik resistent was. Ik heb lang geprobeerd om de symptomen te negeren. Maar ik kreeg er steeds meer last van.

De symptomen; ernstige transpiratie, verstoord hartritme, slaapproblemen, verlies aan eetlust, concentratieproblemen, angstaanvallen, paniekaanvallen en darmirritaties. Het leek aanvankelijk op een heftige -maar te verwaarlozen voedselvergiftiging maar het is dus erger. Serious shit zegmaar.

Mijn neurotransmitters zijn compleet in de war. En het ergste is; er zijn geen medicijnen voor.

Oxytocine, norepinefrine, dopamine en fenylethylamine hebben vrij spel gekregen in mijn lijf.
Deze moleculen zorgen er ook nog eens voor dat ik me anders ga gedragen.
Maar na verloop van tijd schijnt het over te gaan. Dan gaat mijn lichaam zelf het effect van al deze stoffen neutraliseren.

Maar het echte werk, die ‘acute’ fase waarin ik nu verkeer duurt veel korter. Een paar maanden, op z’n hoogst zeven jaar. Gewoonlijk lang genoeg om belangrijke beslissingen te nemen die een weg terug afsluiten, ook als het effect van deze ziekte voorbij is.Want meestal is het dan te laat.

Opgegeven…
Verloren…
Verliefd..!

Nuchtere troonrede

Prins pils blijft nuchter

“We moeten wel nuchter bijven”

Een zin uit de derde troonrede van onze Willem.
Ik ben nooit zo bezig met de troonrede, maar “we moeten nuchter blijven” vind ik toch een opmerkelijke uitspraak.

Opmerkelijk om dat uit de mond te horen van iemand die een jacquet draagt met een draaginsigne ‘Ridder Militaire Willems-Orde’. En iemand die uit een Gouden Koets stapt en vervolgens een troonrede voorleest aan een zaal met mensen die hoeden dragen en vervolgens het (nuchtere) volk toezwaait vanaf een balkon (en zijn huis voor 60 miljoen laat verbouwen).

Het is natuurlijk geen nieuws dat de troonrede aan elkaar hangt van clichés in beeldend taalgebruik, bedekt onder een mantel van vaagheid.

 “Tegengaan van klimaatverandering en verduurzaming van de economie zijn grote, overkoepelende thema’s. De gevolgen voor toekomstige generaties zijn heel direct en concreet.”

Wat?

Geen mooie metaforen, geen grappen en geen glanzende zinnen.
Wel een glanzende koets! Maar volgend jaar niet meer. Het is de laatste keer voor een grote renovatie van de Gouden Koets dat Koning Willem Alexander met zijn vrouw koningin Maxima in deze koets naar de Ridderzaal is gereden. Volgend jaar zal het koningspaar de Glazen Koets gebruiken. Ze moeten natuurlijk wel nuchter blijven.

Maxima in een handbeschilderde zijden organza japon, versierd met verschillende kraalsoorten met verschillende borduurtechnieken die is geïnspireerd op de Japanse kamer in Paleis Huis ten Bosch doet niets af aan het nieuws, wat natuurlijk slecht is.
Behalve voor de toekomstige vaders (die krijgen langer bevallingsverlof) en wij moeders kunnen weer aan de slag want de kinderopvangtoeslag gaat omhoog.

Leden van de Staten-Generaal,

De ongewassen bejaarden die hoort u niet, die zitten op Prinsjesdag met oranje vlaggetjes in hun vieze handen naar de Gouden Koets te zwaaien. U mag zich gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.

Maar wel nuchter!

Boots

Een stil verlangen. Koortsig bijna, ik kon nooit meer gelukkig worden zonder.

Ik koester al mijn ‘I couldn’t care less-schoenen’, die heerlijk zitten, goedkoop zijn en overal bij passen. Maar mijn hart gaat sneller kloppen van stoere doch vrouwelijke laarzen.
Nieuwe boots.
Vanuit mijn voeten bereikt de boodschap mijn hoofd dat er iets opwindends staat te gebeuren en met mooie laarzen voel ik mij onoverwinnelijk.

Op mijn Phone scrol ik naar beneden. Daar stonden ze te stralen. Ze dwongen me mijn pinpas uit mijn portemonnee te halen en direct over te gaan tot de koopovereenkomst. En het gebeurde. Ondertussen droomde ik van het leven wat ik zou gaan leiden waarbij ik op deze laarzen de wereld tegemoet zou gaan treden. Alle meters die ik nog ging afging zou ik trotseren op deze boots. Een paar blaren en knellend leer, het zou het allemaal waard zijn.

Het was dinsdagavond, bijna middennacht. De doos stond op me te wachten. Ik scheurde het papier kapot, haalde het deksel van de doos en met een bonzend hart pakte ik de linker laars.
Ik liet mijn voet in de laars glijden maar halverwege de schacht zakte de moed me in de schoenen.

Het passen van schoenen is net zoiets als een eerste date. Soms klikt het meteen en soms heeft het even tijd nodig.

Verbijsterd om de romantische inslag nam ik de plastic zakjes aan waarbij mijn vriend me aanmoedigde om vooral ‘door te douwen’. De blik in zijn ogen verraadde dat hij niet graag in mijn schoenen had willen staan en ik waande me de stiefzuster van Assepoester.

Iedereen zegt dat ik door moet zetten. Dat het uiteindelijk ‘slofjes’ worden en ik ze nooit meer uit wil. Vooral bij dat laatste kan ik me niks voorstellen aangezien ik ze nu nog niet eens uit KRIJG als ik ze uit WIL.

Ik ben eigenlijk net een geëmancipeerde Assepoester.

Dus de boots staan in de vensterbank met natte handdoeken erin te ‘rekken’, en het is me pijnlijk duidelijk geworden:

Sprookjes bestaan niet.

Høken en deurdonderen

Vorige week heb ik de film “Dat was høken! 40 Jaar Normaal.” gezien; het verhaal van de ruigste Nederlandse band ooit. Met veertig albums, 350 liedjes en nog steeds volle dampende feesttenten met veel bier. Maar ook het verhaal van een band in zijn laatste jaar.

En ‘Ik zeg oeh…’, Want hoewel mijn vriendinnen liever niet hebben dat ik dit aan de grote klok hang: wij gingen vroeger ook naar Normaal.

Mijn eerste kennismaking met Normaal was in een feesttent in Boskoop. Als zestienjarige meisjes trokken mijn vriendinnen en ik op met een groep ‘boerse jongeren’ en raakten wij onder invloed van de Achterhoeks rockformatie Normaal.

Met een hele bus vol ‘arrogante Westerlingen’ (Bennie’s woorden), vertrokken wij richting de Achterhoek.
En dat was altijd groot feest, waar alles kon en alles mocht. Al die zuipende mensen, de topless meiden (nee mam, ik niet!) die de band toejuichten, zittend op de schouders van hun mannen. Klompen, afgeknipte spijkerbroeken en T-shirts die kapot mochten. Geen mascara nodig.

De geur van bier en zweet overheerste, maar dat mocht de pret niet drukken. Nog voor Bennie zijn keel schraapte voor de eerste noot was iedereen al dronken. Mensen werden standaard nat gegooid met bier, T-shirts werden van het lijf gescheurd. En geen boze gezichten hoor, het was volkomen ‘Normaal’. Veel, heel veel ontblote bovenlijven. Mannen én vrouwen! Ik begrijp tot op de dag van vandaag nog steeds niet dat het mij lukte om met mijn shirtje aan thuis te komen.

Maar zoals altied kwam an dat gejakker een end.
En dan vertrokken we uiteindelijk moe en koud naar huis. In onze kleren die naar bier en zweet roken. Zonder Bertus op z’n Norton en zonder Tinus, op de BSA.

Maar voor onze vieze kleren hadden we altijd een excuus en dat werd volledig door onze moeders geaccepteerd, namelijk dat we naar een concert van Normaal waren geweest. 

En iedereen die zei: Van die leu heur i-j nooit meer wat van…

De polderhunk van BZV

Danny K. en Dick Vrij voerden een misdaadnetwerk aan (geweld en witwassen van geld enzo). In Mexico worden afgehakte hoofden gevonden, zeker twaalf doden bij een terroristische aanslag in Parijs maar nee, allemaal niet zo erg als het grootste voorpaginanieuws van 2015 (ja nú al!) want het grootste nieuws is natuurlijk onze bollenboer Tom.

De polderhunk.

Ik ben niet zo´n TV-kijker maar hier komt aanstaande zondag verandering in. Nadat ik twee dagen de voorpagina van de Telegraaf onder mijn neus kreeg besloot ik dat ik vanaf aanstaande zondag een uur lang Yvon -naïef kletskousje- Jaspers ga tolereren.

De krant komt met nieuws waar (zo zou mijn moeder zeggen) de honden nog geen brood van lusten:
Tom is dol op vrouwen en kermissen;
Tom heeft genoeg vriendinnen versleten;
Tom heeft samengewoond;
Tom is een feestbeest.

Maar het ergste is: Tom is véel te knap voor Boer Zoekt Vrouw. Hij heeft Yvon Jaspers helemaal niet nodig. Hij kreeg maar liefst 1808 brieven. Volgens de voorpagina van de Telegraaf blijkt deze kweekhunk een echte polderplayboy.

Kortom: geen wanhopige boeren meer voor Yvon (en ons). Het is Tom met zijn guitige kuiltjes in zijn wangen, zijn Goddelijke lichaam en zijn smile to die for.

Dus mensen! Ik ben erbij, zondagavond gaat bij mij de TV aan. Op de KRO. Boer Zoekt Vrouw. Waar kan ik me opgeven als voorzitter van de Tom-fanclub? Ik ga all the way, compleet met de BZV-app, de webserie, kalmerende middelen als het kiesmoment nadert en ik wacht vol spanning op de datum van de BZV-afterparty.

Ik overweeg zelfs een lidmaatschap bij de KRO (tientje INCLUSIEF het Boer zoekt Vrouw-dagboek, met tekeningetjes en notities van Yvon Jaspers.

3,7 miljoen kijkers +1.

In de rij voor lang en slank

Toen lang en slank werd uitgedeeld stond ik niet vooraan. Dat was mijn eigen keuze hoor. Ik wilde destijds graag een kleine 160 en die werd tegelijkertijd uitgedeeld.
Toen ik mijn karakter voor dit leven binnen had, moest ik achteraan aansluiten in de rij voor een mooi uiterlijk. Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat dat zo gewild zou zijn. Wat heb je tenslotte aan een mooi uiterlijk, dacht ik. “Daarmee kun je veel geld verdienen”, zei iemand die naast me in de rij stond. Wat hij me ook vertelde was dat geld verdienen in deze wereld het allerbelangrijkst was.
En dus bleef ik in de rij staan.

“Mooi uiterlijk is op”, ze de engel achter het loket van het bijna lege mooi uiterlijk-magazijn vermoeid. “Daar hebben de eerste mensen in de rij om gevochten.”
Daar stond ik dan. Ik was te laat voor intelligentie en mooi uiterlijk was ook op.
“Ik weet het ook niet”, zei de engel. “Als ik had geweten dat ze zo populair zouden zijn, had ik er meer van besteld.” De engel keek me keurend aan.
“Even zien… ik heb nog een paar exemplaren powervrouw liggen en achterin ligt nog een model slechte genen. Maar die is niet aan te raden want er lijkt een vervelend defect aan te zitten…”.

Ik bladerde wat door de catalogus en zag niet iets wat me direct aansprak. “Wat heb je nog liggen”? vroeg ik. “Eens kijken”, zuchtte de engel. “Je had 159 gekozen als lengte hé?”
Ik knikte hoopvol.
“Dan moet je het doen met saaibruin, maar je kunt het verven.” Ik stemde in. “Kan ik dan nog ´van origine strak en gespierd´ krijgen?” De engel schudde meewarig zijn hoofd. “Je kunt dat in het leven zelf wel krijgen, dan moet je sporten en gezond eten.”

Ik viste dus voor alle makkelijke modellen een achter het net. Geen intelligentie, mysterieuze ogen, geen getint huidje of lange benen.
Hij vroeg me waarom ik zo laat was. Ik antwoordde dat ik in de rij had gestaan voor knap uiterlijk. De engel knikte sipjes. “Tja, alles draait in dit leven om een knap uiterlijk.”
En zo stond ik een beetje doelloos voor me uit te staren toen de engel opeens zei: “Heb je veel te besteden?” Ik schudde verdrietig mijn hoofd.
“Ik heb nog een model die iemand vorige week heeft teruggebracht. Misschien vind je het wat, er moet nog wel wat aan gesleuteld worden maar je mag hem voor de helft van de prijs meenemen.”

Hij opende enthousiast de doos en ik bekeek het exemplaar.
Ik besloot hem te nemen. Met zo nu en dan een beetje verf werd saaibruin ´black is beautiful´, met wat sporten op zijn tijd zouden de putjes in de billen wat minder worden en met wat doorzettingsvermogen zou ik met dit exemplaar prima geld kunnen verdienen.

Ik ging tevreden de deur uit.
Toen ik buiten stond werd ik geroepen. “Hey! Ik vergeet nog te zeggen dat je deze niet kunt ruilen”, hijgde de engel die achter me aan was gerend.

Ik keek naar mijn aankoop en riep toen: “Maakt niet uit, ik vind hem leuk, ik hou hem, volgend leven zien we wel weer!”

300 woorden

Driehonderd woorden, dat is waar deze blog uit bestaat. Er waren een hoop leuke inzendingen maar deze openingszin bracht me meteen tot een vraagstuk Tiemen. Want ik typ- en zeg altijd ´dit blog´ en niet ´deze blog´.

Het taalinstituut Onze Taal zegt hier het volgende over:

Het is allebei juist; het woord weblog kan zowel het lidwoord ´de´ als het lidwoord ´het´ krijgen. De weblog lijkt vaker voor te komen.

Blog is een woord dat wij geleend hebben van de Engelsen, en komt van weblog. Maar daar ben ik nog niet bij geholpen want de Engelsen schrijven altijd “the”. Beide vormen zijn in het Nederlands overgenomen, en hebben inmiddels al het Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal gehaald.

Dit heeft volgens mij alles te maken met het feit dat er vandaag de dag flink op los geblogd wordt. Een volledig geaccepteerd, weliswaar geleend, maar (inmiddels) Nederlands woord dus.

En wat ik dacht dat klopte. Als Genootschap Onze Taal besluit een woord op te nemen in de woordenlijst, dan wordt er eerst gekeken hoe de meeste mensen dit woord schrijven of uitspreken. ‘De blog’ zou dus aan de winnende hand zijn geweest.

Dus hoewel Engelse leenwoorden in principe altijd mannelijke de-woorden zijn, ben je toch volledig vrij in je keuze. Als je maar consequent bent. Het staat erg slordig als je het in de ene zin over ´de blog´ hebt, en even verderop over ´het blog´.

Ik vind keuzevrijheid als het gaat om de Nederlandse taal wel lastig. Als ik de massa volg dan wordt het ´de blog´ want dit heeft veel meer hits op Google dan ´het blog´.

Ik kies voor ´het blog!´. Ik ben nou eenmaal geen volgzaam type. Maar wel een type die zich aan de opdracht houdt