Pyjamablog

Uit onderzoek blijkt: 91% van de Nederlandse vrouwen slaapt liever in een warme pyjama dan in sexy lingerie (9%). Het doel van dit onderzoek was om te achterhalen of mannen hier hetzelfde over denken als vrouwen. Dit blijkt niet zo te zijn. Mannen hechten er niet zoveel waarde aan of vrouwen in een mooie, warme pyjama (49%) of in sexy lingerie (51%) slapen.

Uit Brits onderzoek blijkt zelfs dat mannen een pyjama juist meer sexy vinden dan kanten lingerie.

Hallo! Ik ben geen pyjama-vrouw en ik was daar trots op. Pyjama´s zijn voor kinderen tot 12 jaar. Daarna gaat de pyjama naar Polen en dan praten we weer verder. Ik slaap in mijn string, en als het van degene die naast me ligt mag, een hemdje.
Niet overdreven sexy of geil maar als je pyjama´s gewend bent is dat nog altijd reuze sexy.

Pyjama´s. Ze zouden verboden moeten worden. Komop collega-vrouw, wij willen ons toch bevallig vrouwelijk en sexy voelen? En een pyjama is nou niet echt dat wat je noemt een turn on.

En nu naar bed. Want joh, ik lig er natuurlijk niet wakker van

De wet van Murphy

Ken je dat?

Je gaat in de andere rij staan om op te schieten en de rij die je net verliet gaat opeens sneller;
Als er in een periode van een paar maanden maar enkele feestjes zijn vallen ze opeens op dezelfde avond;
Degene die snurkt, valt het eerst in slaap;
Als je de radio aanzet, hoor je de laatste noten van je favoriete nummer;
Machines die kapot zijn, werken perfect als de monteur komt: “Hij deed ´t écht niet!”;
Als je iets weggooit heb je het prompt de week erna nodig;
In welke richting je ook fietst: tegenwind!;
Als je eindelijk op vakantie bent, word je ziek (of je krijgt een koortslip);
Je kinderen morsen nooit op een vuile vloer;
Borden met een barst erin breken nooit;
Een garantie van zestig dagen houdt in dat het op dag eenenzestig kapot gaat;
Succes is altijd in de prive-sfeer, en falen in het volle licht van de schijnwerpers;
Je zult altijd precies dat bestand nodig hebben dat je niet hebt opgeslagen;
Kiespijn begint op zaterdagavond;
Puistjes verschijnen steevast een uur voor je afspraak;
Een computers doen wat je ze opdraagt, niet wat jij wilt;
Hoe meer jeuk je hebt, hoe moeilijker de plek te bereiken is…

De Wet van Murphy…

Het is een rare zomer, een zomer die ergens is als alle andere zomers maar die toch zo anders is en nog steeds wordt. Niet dat het zo rampzalig is wat er allemaal gebeurt maar alle kleine dingen bij elkaar lijken opeens veel groter dan nodig.
Waar altijd het kwartje de goede kant opviel, is dat nu gewoon even niet. Zelfs het schrijven van blogs is iets wat even niet vanzelf gaat.

Waarom gebeurt dat, waarom zulke tijden? Grote levensvragen maar ook gewoon apparaten die het begeven, computers die niet werken, stroom die steeds uitvalt, en mijn hardloopschoenen die ik steeds vaker niet kan vinden. (hoewel dat laatste natuurlijk de ultieme smoes in dit verhaal is).

Het is allemaal net zo onbegrijpelijk als waar. Ik stelde mezelf vandaag de vraag: is dit nu toch die wet van Murphy?
Maar toen ik met het bovenstaande lijstje bezig was kwam ik in ieder geval tot een antwoord.

Niet de wet van Murphy.
De Wet van Murphy luidt eigenlijk: “Als er meer dan één manier is om een taak te doen en één van die manieren zal in een ramp resulteren, dan zal iemand het zo doen”. En dan weet ik niet of ik blij moet zijn dat ik lees dat de Wet van Murphy niet met de Wet van Bedrog – “Als iets mis kan gaan, dan gaat het mis”- moet worden verward.

Mensen zeggen dat ik moet loslaten. (Lekker makkelijk trouwens) maar ik lees:
Als je loslaat heb je twee handen vrij..!

Wij staan niet in ons hempie

Als het aan mij ligt gooit van Marwijk Huntelaar in de spits, Affelay op rechts, Robben op links en dan komen we een heel eind.
Niet slecht hé?!

Met oog op het naderende EK wordt menig voetbalfan zenuwachtig en zelfs mensen die niet van voetbal houden, houden opeens van voetbal.

Want hey! Wij zijn Nederlanders. Wij laten de leeuw niet in zijn hempie staan. Maar ondertussen staan honderden bierbuiktypes voor hun oranje caravan met de knijptang in de aanslag om het vlees om te draaien.
En oh, we zijn zo’n nuchter volkje, maar we boeken wel massaal een vakantie naar Polen en Oekraïne.
De voetbal hatende echtgenotes zitten in een oranje jurkje het hardst te schreeuwen om Wesley Sneijder en drinken opeens bier.

Vroeger droegen wij trouwens gewoon een taille-loos oranje overhemd van onze vader of onflatteus brulshirt van de Blokker. Maar voor het EK 2012 moeten wij fashionable in rood-wit-blauw én oranje verschijnen.

´t is nog een hele keuze hoor dames. Zo komen de zusjes Spijkers met de Bavaria V-dress, ontwierp Olcay Gulsen de Winning Ways dress en lanceren de Modemeisjes de EK-dress.

Voor de fashionable dames onder ons maakt het niets uit of Oranje nou is ingedeeld in een poule met Denemarken, Duitsland of Portugal: Het geloof is er altijd. Want wij zijn (oranje) gestyled.

Bij de kenners niet. Die vinden het brulshirt van de Blokker prima. Hoewel, volgens een kenner die ik goed ken ligt de overwinning niet aan sexy jurkjes en moeten onze jongens het ijzer nu smeden want het schijnt heet te zijn. Áls we kampioen worden, worden we dat nu!

En zodra het eindsignaal heeft geklonken en de fantastische uitslag bezegeld is, (want, daar ga ik voor het gemak van uit) gaat iedereen luid toeterend de straten op. Zelfs met Oud en Nieuw wordt er niet zo ontladen gefeest als nu. Want ondanks alle verhalen over supportersgeweld en onderlinge rivaliteiten, verbindt en verbroedert voetbal iedereen tijdens een groot toernooi als dit. Spelers en toeschouwers van blank tot zwart, in Blokker-shirt of Winning dress, Ajax, Feyenoord, PSV en alles daartussen, zingen gezamenlijk “Wilhelmus van Nassaue, ben ik van Duitschen bloed.”

En ach, zolang de Duitsers geen kampioen worden, is daar helemaal niets mis mee.

Keuzes keuzes keuzes

Als ik achter mijn winkelkarretje loop, kan ik kiezen uit vleestomaten, trostomaten, pruimtomaten, cherrytomaatjes maar ook troscherrytomaten, snoeptomaatjes en troscoctailtomaten. De keuze is reuze. En dan kunnen we ook gaan voor zongedroogde tomaten waarbij we kunnen kiezen uit zongedroogde tomaten in de olie, zongedroogde tomatenspread (ja echt) en tappenade van zongedroogde tomaten. En dan heb ik het nog niet eens over de verscheidenheid aan tomatensoepen, tomatensauzen en tomatensappen.

Nooit eerder is de verscheidenheid aan soorten en merken zo groot geweest. Want ´gewoon een pak melk halen´ is er ook niet meer bij. We kiezen uit low fat, magere melk, volle melk, melk voor in de melkopschuimer, Campina, Melkunie en huismerk.
En dan zijn we alleen nog maar voor de dagelijkse boodschappen op pad.

Paradox of choice: het negatieve effect van teveel keuze. Of, hoe meer keuze er is, hoe meer spijt er optreedt. En niet alleen C1000 (of Jumbo, Albert Heyn da´s ook een keuze) maakt zich daar schuldig aan hoor. Ook in het dagelijks leven en tijdens een carrière moeten er meer dan ooit veel knopen doorgehakt worden.

Teveel keuze brengt ons in verwarring, maakt onzeker en depressief.
Oorspronkelijk is het idee dus dat meer keus leidt tot meer vrijheid, en meer vrijheid tot meer welvaart. Door de explosie aan keuzemogelijkheden vandaag de dag is er echter iets raars gebeurd: meer keuzes maken ons niet gelukkiger, maar juist ongelukkiger.

Vind je het GEK dat vandaag de dag iedereen psychische problemen heeft, de AD(H)D´ers als paddenstoelen uit de grond schieten en niemand meer (echt) tevreden is.
De huidige generatie heeft er zoveel meer dan vroeger. Wat een supergegeven lijkt, is zeker niet altijd het geval. Depressie, angsten, zelfmoord en druggebruik kunnen kwalijke gevolgen zijn. En dan moeten we wéér kiezen: Wiet, Coke, Speed, XTC of LSD. Kiezen voor een angst voor spinnen, witte knoopjes (bestaat écht!), de snelweg of loverboys.

En door al die keuzes hebben onze kinderen geen idee wat ze met hun leven moeten doen. Keuze geeft dan wel een vrijheids- of onafhankelijkheidsgevoel, het maakt mensen een stuk onzekerder, depressiever en egocentrischer.

Maargoed, als de keuze je teveel wordt, bedenk dan altijd:
Beter ham zonder mosterd dan mosterd zonder ham. ´T is tenslotte kiezen of delen :) .

Nokia

Weet je nog, toen Nokia top of the bill was? Dat iedereen die iets was, een Nokia had? Nokia was de bom, het eerste en laatste antwoord op mobiele telefonie, het scherpst van de snede, hét merk.

Nou ahum. Toen had ik dus al een Blackberry. Die ik soms liefkozend “Bes “ (zwarte bes) noem.

Ik ben nou eenmaal dol op nieuwe snufjes. Altijd al geweest. Je begrijpt dan ook dat ik heel graag een iPhone wil. Ik had er al lang één gehad als ik niet sinds twee jaar gruwelijk zit vastgesnoerd aan mijn contract met Hi.

MAAR: vrijdag 29 juni is het D-day! Mijn contract verloopt. Ik word bevrijd uit de verstikkende wurggreep met Hi en mag na twee lange jaren eindelijk mijn iPhone4 in de armen sluiten.

En dan denk ik dat ik hé-lemaal 2012 ben. Nou vergeet het maar. Want op het moment dat ik mijn verbintenis met mijn iPhone4 aan ga, wordt tijdens Apple’s ontwikkelaarsconferentie WWDC de iPhone 5 alweer geïntroduceerd. (Al begrijp ik niet waarom er eerst een 4S moet uitkomen alvorens de 5 maargoed, daar zal Steve zijn redenen voor gehad hebben).
Dit exemplaar schijnt overigens een transparant scherm te hebben.

Vanaf vrijdag zijn mijn iPhone en ik met elkaar verbonden door middel van een abonnement van Hi voor €44,-. En zoals Steve -MHRIP- Jobs zou zeggen:
That’s insanely Great! (By Steve Jobs )

 

Vervellen

Niet ieder kind maakt dezelfde fases door. Al zijn veel fases een bron van herkenning. Sommigen zijn zo vluchtig dat je ze vergeet totdat je er ineens weer op gewezen wordt door een artikel of iets onbenulligs als een reclame van flesvoeding.

Ik herinnerde me vanavond opeens dat Nomi vervelde, de eerste weken van haar leventje. Alsof ze haar baarmoederhuidje afwierp om daar een sterkere en stralendere huid voor terug te krijgen. Ik was helemaal vergeten hoe normaal het vervellen van een pasgeboren baby is. Het staat ook niet in de boekjes vermeld, want die pasgeborene is natuurlijk helemaal perfect. En zucht. Dat was ze ook.

Helemaal perfect.

De nee-fase en de waarom-fase zorgen altijd voor een bron aan herkenning. Ook daar heb ik uiteraard over geblogd. Hoewel alle fases iets leuks hebben, die woedeaanvallen-fase mag kort duren.

Het was gisteren trouwens, dat Nomi vervelde. Dat ik de hele dag met haar op de bank zat en aan haar hoofdje rook. Dat ik iedere vier uur 300CC flesvoeding voor haar maakte en ze daar op teerde.

De werkelijkheid vertelt iets anders. De werkelijkheid is namelijk dat ze zes is (en hoewel het nog een half jaar duurt vindt zij dat ze ´bijna zeven´ is).

Nomi gaat tegenwoordig na het avondeten nog naar buiten met haar girlies en komt soms te laat thuis omdat ze nog even wat moest doen.

En dan vond ik het eerst nog prima dat Nomi wat groter werd want ik had altijd nog mijn lieve kleine Nine om te pamperen. Maar lieve kleine Nine zet vandaag de dag zelf een Cd’tje aan en danst het liefst de hele dag op Alexis Jordan met Happiness.

En het is zo fijn dat ze groter worden. Sterker. Gezond. Dapper en blij.
Maar, wanneer houdt het op? Dat opgroeien?

Thuis?

Om even met de deur in huis te vallen….
Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.
Maar waar tikt mijn klokje?

Ik voel me ontheemd. Nou ja, niet altijd. Laten we het op een petit crise d’identité houden:
Waar is mijn thuis?

Is dat op de boerderij waar ik samen met mijn meiden een bovenwoning huur? Is het bij mijn ouders waar ik twintig jaar woonde? Ben ik thuis als ik in de armen van mijn geliefde lig of kom ik dan van een koude kermis thuis?

Hoewel het niet altijd lukt; ik probeer het gevoel van thuis voelen wel te vangen, waar dan ook. Maar ik kan het niet altijd thuisbrengen.
Je bent het wellicht met mij eens dat in deze wereld, waar de globalisering voortwoekert, alle plekken eigenlijk hetzelfde zijn. Overal hebben we Wifi en kunnen we inloggen met onze laptop of smartphone. Met onze iPod luisteren we overal naar onze favoriete muziek. Dus feitelijk gezien doen we overal of we thuis zijn.

Of moet ik het in een andere hoek zoeken? Gevoelsdingetje? Want ja, wanneer ik begrepen word voel ik mij fijn. En als ik mij fijn voel, dan is het goed. En als het goed is, ben ik van alle markten thuis.

Ik leef mijn leven de laatste tijd als een nomade. Wel een vooruitstrevende nomade hoor, want eigenlijk hebben nomaden geen roze toilettas met zwarte stippen. En ik wel.
En hoewel ik heel wat in huis heb, de vraag –waar is mijn thuis- heb ik (nog) niet echt voor mezelf beantwoord in dit blog:

Maar joh: ik heb in ieder geval iets om over naar huis te schrijven.

Spijkerbroek

Spijkerbroek

Een gezegde dat je bijna dagelijks hoort, is: ‘Geluk zit in de kleine dingen’. Brits onderzoek, uitgevoerd onder 3000 volwassenen, bewijst nu dat dit echt waar is. Het blijkt namelijk dat het vinden van een tientje in een oude spijkerbroek ons het gelukkigst maakt.

Goed, bovenstaande even als inleiding, want het maakt ons vrouwen nog veel gelukkiger als die spijkerbroek ook nog eens fantastisch om onze dijen zit.

Kijk, vroeger was dat anders. Toen kocht ik gewoon een Levi´s 501. En dat was ontzettend fijn. Nu vind ik keuzes in het normale leven al pittig. Maar als mijn kast schreeuwt om een nieuwe spijkerbroek denk ik nog wel eens met weemoed terug aan de 501-tijd.

Want de keuze is reuze. In de Levi´s 501-tijd ging het er ook niet om of de spijkerbroek Slight Curve was (smalle pasvorm), Demi Curve (voor vrouwen met een recht figuur) ofBold Curve (voor vrouwen met ronde vormen en een smalle taille). Er waren geen Skinny´s, Slimfits, Bootcuts, Boyfriends jeans of Baggy´s. Goh, wat had ik het vroeger toch makkelijk.

Ik had slechts één Levi´s 501, maar hey! Ik hád er tenminste één. Die droeg ik dan zeven dagen, dan waste mijn moeder hem op zondagavond en vervolgens trok ik hem maandagmorgen nog vochtig zonder schaamte, gewoon weer aan.

Maar vandaag de dag is er met iedere spijkerbroek wel iets mis. En als er niets mis mee is, dan is hij niet te betalen. Ik bedoel, de spijkerbroek moet je billen goed accentueren, je buikje verdoezelen, hij moet laag op de heupen zitten maar je bilnaad verhullen óf hij moet hoog in de taille zitten om.. omdat dat in is.

Tijdens het tikken van dit blog liep ik even -zie het als research- naar mijn kledingkast en ik telde 13 spijkerbroeken. Ik had er 14 maar mijn lievelingsspijkerbroek heb ik na heel veel jaren vorige week in de prullenbak gegooid nadat ik er uitscheurde (slijtage, serieus!).

Maar vandaag heb ik hem uit mijn broek laten hangen en ik heb een nieuwe lievelingsspijkerbroek op de kop getikt. Een heuse Limitless Denim Tight Fit Low Waist maat 27/34 (er hoefde maar 20 centimeter af aan de onderkant) en ik kan je verzekeren:

Vanaf vandaag heb ik de broek aan!

Nahuwelijken

Journaliste en programmamaakster Djoeke Veeninga heeft een nieuwe term geïntroduceerd: het nahuwelijk. Ze ging hiervoor op zoek naar het nahuwelijk als sociaal ideaal.

Klinkt ontzettend 2012 maar dat komt misschien wel omdat ik niet jaarlijks scheid.(schijt!)
Goed nahuwelijken’, het komt ontzetend hip op mij over, dat wel. Vraag ik me meteen af waarom je niemand hoort over voorhuwelijken. Dan leg je al vast wanneer je gaat trouwen en scheiden?? Of noemen ze dat verkering?

En waar dat nahuwelijken goed voor is? De enige reden lijkt me: voor de kinderen. Anders is het simpel: scheiden- CD voor jou, CD voor mij- en dikke doei!

Wat ik het meest mis na mijn scheiding? Mijn kinderen! Ze iedere dag naar bed brengen! En ik zie voor 50% van de week tergend lege kamertjes. Maar ook (of misschien nog wel meer) die kleine, dagelijkse gesprekken waaruit ik opmaak wat er voor mijn meisjes speelt. En hoewel ik 100% mama bén, de momenten waarop ik mama kan zijn, zijn er opeens niet meer altijd wanneer ik het wil.

Toen ik de pil door de WC spoelde om aan een gezin te beginnen, zag ik dat natuurlijk ietwat anders voor me dan het nu is. Het kwam het niet in me op dat ik ooit helemaal alleen wakker zou worden op de ochtend dat één van mijn meisjes jarig is. Omdat het niet mijn ochtend was. Of dat mijn kinderen op vakantie zouden gaan zonder mij!

En het went niet. De dagen dat ze niet bij mij zijn, kan ik doen wat ik wil. Op de dagen dat ze wél bij mij zijn, kijk ik verstrengeld met de meisjes naar iCarly. Ik kus ze tot ze er gék van worden. En ik geniet voor 300% van ze. En voor de meiden is het al gewoon. Die maken gewoon ruzie en zeuren om wel of geen SpongeBob (met z´n irritante SquarePants) of ze nu bij me zijn of niet. En dat is maar goed ook.

De pijn komt op onverwachte momenten en overvalt me soms nog steeds. Als er dingen spelen, die ik niet weet. Bij de tweede voortand die uit de mond gaat. (en dat dat tandje niet in hetzelfde tandendoosje zit als het eerste).

Gelukkig zijn er ook de: “wij-hebben-lekker-twee-huizen-uitspraken”. Twee verjaardagen, twee keer op vakantie. Dat helpt soms, een beetje.

Maar wat gaan ze zeggen als ze 30 zijn en zelf moeder worden? Vinden ze dan dat ik het goed gedaan heb. Of juist helemaal niet? Gelukkig duurt dat nog even en kan ik nu nog volop aan de bak met de logistiek. Want wáarom liggen die barbies hier nu op de grond?!±&%$#

Ziek

Het is ongeveer drie uur in de nacht wanneer ik wakker word omdat mijn neus dicht zit. Je kent dat wel, dat je linkerneusgaat dichtzit als je op je linkerzij ligt en vice versa. Een bescheiden virus dat zoveel andere mensen te pakken had, heeft het voor elkaar gekregen om mijn lichaam binnen te sluipen.

07.00 uur: de wekker. Ik blijf nog even liggen.
07.30 uur: Dit gaat ‘m niet worden.
Ik hijs mezelf omhoog en besef me dat ik in bed moet blijven liggen. Ik moet slapen.
Maar daar is ‘ie dan: de drempel. De drempel van het ziekmelden. De keuze. Ben ik ziek of ben ik niet ziek?
Godfried Bomans zegt: “De grootste ziekte van onze beschaving is de mening dat zij ziek is.”

Doordat ik moeder ben maken mijn kinderen deze keuze vaak voor me. Zij staan -ziek of niet- naast mijn bed en willen verzorgd worden. Dus ga ik uit bed. Mopper iets sneller dan normaal, maar hun broodjes worden gesmeerd en hun haren gevlochten.
Maar vanmorgen besefte ik me maar al te goed dat mijn kinderen de keuze niet voor me kunnen maken want die zijn bij hun papa.
Dus moet ik de keuze zelf maken.

Ik pak mijn telefoon en bel mijn leidinggevende. Cruciaal punt. Want, wat zeg je? Ga je extra zielig praten? Een keertje extra hoesten?
Tijdens het gesprek krijg ik -tussen neus en lippen- nog een boodschap dat er meerdere zieken zijn.
Maargoed, toen had ik mijn keuze al gemaakt. De keuze om mijn hoofd weer op mijn kussen te leggen.

En dat doe ik.
Om 13.30 uur word ik wakker. HALF TWEE!
Ik stap uit bed, maak koffie, spuit neusspray, gooi een vitamine -mosterd na de maaltijd- C in een glas water en start de laptop op.
Of mag dat niet? Achter de laptop zitten als je je hebt ziekgemeld?
Ik maak een boterham met pindakaas.
Of heb je geen honger als je ziek bent?

Sir William Osler stelt: “Vraag niet wat voor ziekte iemand heeft, maar liever wat voor iemand de ziekte heeft.”
Whatever Sir, ik ben alweer opgeknapt.