Nieuw schip, nieuw leven

Nomi zit op haar plek in groep drie. Nine gedijt lekker op het kinderdagverblijf.
En waar Nomi juist extra klein lijkt op het grote schoolplein tussen al die grote kinderen is Nine inmiddels één van de groten van haar groep.

Nomi heeft een nieuwe schooltas want ja, als groep drie’er wil je wel een beetje goed beslagen ten ijs komen. En dat begrijp ik natuurlijk. Nine kreeg het doorschuif-exemplaar en is daar net zo blij mee.

Nomi, bijna zes, heeft meer dan ooit veel behoefte aan duidelijkheid en mijn eerlijkheid.
De twee mensen die ze het meeste lief heeft gaan uit elkaar.
Schuldgevoel. Torenhoog schuldgevoel. Verdriet. Schaamte. Pijn. Angst. Zomaar een greepje met gevoelens en emoties die vandaag de dag door mijn hoofd gaan.
Mijn lieve moeder zei ´t altijd al: `Eerlijk duurt het langst`.
Dus ben ik eerlijk. We hebben een paar keer per dag “Het is gewoon niet leuk-gesprekjes”. Waarin ik steeds uitleg dat het niet aan haar ligt.
Wat de uitkomst voor mij persoonlijk is, staat tijdens deze gesprekjes niet ter discussie. Wat wel ter discussie staat is dat het goed komt. Dat zij en haar zusje lief zijn. Dat er van haar gehouden wordt. Niet alleen door haar papa en mama maar door nog zó veel mensen.
En dat dat altijd zo zal blijven.
En dat dat moet in twee huizen, dat is klote (tegen haar zeg ik ‘niet zo leuk’ :)). Dat haar ouders zonder elkaar verder gaan verandert niks aan hun liefde voor haar en haar zusje.

En we moeten allemaal wennen. En dat zal de nodige lastige momentjes met zich meebrengen.
Maar liefde zullen ze krijgen. Liefde, eerlijkheid en oprechtheid.
Niet één, maar twee huizen gevuld met liefde voor haar en haar zusje.
’t is een nieuw schip en we moeten samen leren varen.

Broodnodig

“Eerst hartig dan zoet”. Hele generaties hebben het erin gestampt gekregen. (Waaronder ik). Het eerste broodje moet gezond, daarna volgt als beloning een broodje hagelslag of pasta.
Ouderwets en achterhaald.

Tuurlijk! Hagelslag, daar zit suiker in. En suiker hebben we niet nodig. Maargoed, in kaas en vlees zitten verzadigde vetten en zout, en ook dat hebben we niet nodig.
Dus dat is lood om oud ijzer. Toch?

Er zitten hier regelmatig vriendinnetjes aan tafel die gaan glunderen van het feit dat ze op hun eerste boterham mogen kiezen uit drie soorten hagelslag, chocoladepasta en al dat soort ongezond broodbeleg.
Moeders moeders laten we niet zo moeilijk doen. Als we onze kinderen iedere dag een beetje fruit en groente geven, hoe erg kan het dan zijn als we tussen de middag hagelslag op ons brood doen?
Het gaat volgens mij om het totale voedingspatroon. Gezond, maar we houden het wel gezellig :) .
En dan proppen we die vitamientjes er gaandeweg de week wel in.

Vroeger

“Nou, ik ging vroeger niet met de bus naar school hoor, ik fietste 20 kilometer. En op zondag moest ik ook naar school. Iedere dag douchen? Laat me niet lachen, met acht kinderen in een teil water, één keer per week. En ik was de jongste dus als ik aan de beurt was, was het water al lauw en vies”.

Jahaaa, toen was geluk nog heel gewoon.

Hoewel ik me terdege bewust ben van het feit dat ik ben opgegroeid in een ´makkelijk´ tijdperk (jaren 80) blijf ik me verbazen over het feit dat tijden blijven veranderen.
Ik had bijvoorbeeld geen rijen DVD’s. Toen ik pak ‘m beet 15 jaar was kregen wij voor het eerst een videorecorder in huis. We hadden één videoband die er in paste:
The sound of -fucking- music.
Dus de hills waren bijna dagelijks alive bij ons thuis.

Ik keek ook niet stiekem naar sekssites want internet hadden wij uiteraard niet. Het meest smeuige wat ik keek of las, was het dagboek van mijn zus.
Nu ik 31 ben mag ik eindelijk praten van vroeger:
Hoewel het eigenlijk een raadsel is dat ik nog leef aangezien mijn ouders geen autostoelen hadden. Geen gordels droegen. Mijn ouders samen rookten in de auto met de ramen dicht. Ik geen helm op mijn kinderfiets droeg en er nog geen kindersloten bestonden en ik dus gewoon een fles chloor aan mijn mond had kunnen zetten.

Ik had geen Playstation, Nintendo DS, X-box, Videogames, 64 TV-zenders, DVD’s, Surround-Sound, een eigen TV (nu ook niet trouwens, maar dat is een ander verhaal), laptop en Hyves, Facebook of Twitter. Ik had geen volgers maar vriendinnetjes. Als ik met mijn vriendinnetje wilde spelen ging ik naar haar huis en belde ik aan. Mijn moeder bracht me niet en haalde me niet op.

Ik vraag me af: Kan de realiteit van vandaag tippen aan de nostalgie van vroeger?
Vroeger was geluk heel gewoon. Tsja, dat zal allemaal best. Maar ik vind de afstandsbediening reuze handig. Ik heb nooit meer mislukte foto’s, want: die wissen we. Niemand vindt het gek als ik (moeder van twee schatten) in de kroeg zit. Ik vind de Twix net zo lekker als de Raider, ik vind pannekoeken net zo lekker als pannenkoeken en hoewel we ze niet meer zo mogen noemen: negerzoenen smaken ook nog hetzelfde.

Dus, was geluk vroeger gewoner dan nu?
>>> Geluk is pas zichtbaar als het voorbij is. (Godfried Bomans)

Mama

Hoewel ik mezelf niet als one of them beschouw (ik Twitter tenslotte niet over plasjes op potjes en dat soort jeukdingen) ben ik er wel degelijk één. Je zou het waarschijnlijk niet zeggen (toch?) maar ik ben moeder.
Als je geen moeder bent heb je niet door hoeveel tijd je hebt. Tijd om te stappen, tijd om uren te bellen, winkelen, tv kijken, werken, boeken lezen, om vervolgens weer te kunnen winkelen, je nagels overdag lakken en last, but not least: te slapen. Je eigen dingetje doen dus. 09.00 uur beginnen? Oh dan kan ik 08.20 uur wel opstaan.
Die tijd hebben we dus gehad.

Met het afscheid van mijn niet-moederschap, heb ik vrijwel direct afscheid genomen van mijn onbezorgde luxe leventje. Ook heb ik mijn flexibiliteit er uitgescheten tijdens mijn bevallingen. Neeeee, vóórdat ik kinderen kreeg vond ik dat verre van onbezorgd en luxe. Sterker: het was PURE rock´n roll! Ik ben in ieder geval langzaamaan omgetoverd tot een echte, tegen het verantwoordelijke aan, moeder. Er tegen aan hé? Want Godzijdank doe ik nog wel eens onverantwoordelijk.
Maargoed, ik ben dus wel een moeder. Die moeder die wel eens afspraken afzegt omdat ze moe is. Of omdat ze het zo retelekker vindt om op zaterdagavond even lekker op de bank te hangen. Gátver!

Zit ik door-de-weeks gezellig bij een vriendin, slaat de klok tegen een uur of 23.00 uur dan zeggen we tegen elkaar: “Oh jeetje het is al na elven, laten we er maar een eind aan breien”. Want ja, voordat ik thuis ben is het half twaalf en morgen om zes uur staat de eerste… nouja, je begrijpt me wel.
Vreselijk verantwoordelijk dus. Werd het net gezellig, moet er weer geslapen worden. Althans, een poging tot.

Zelfs in de weekenden vertoon ik van dat vreselijke verantwoordelijk gedrag. Geen vreemde excessen voor mij. Eén avondje los is het limiet. Want ja, twee avonden van het padje en het ochtendlicht begroeten, is misschien wat veel. Nee, op vrijdag doet Sam een wijntje maar gaat dan redelijk ‘op tijd haar mandje in’, want ze wil zo graag burgertrutterig naar de bakker ´voor het weekend´ en ook nog even naar de geitenboerderij en dat soort dingen.
Jak.

Voordat ik moeder werd dacht ik: ´Als ik later (later?) groot ben, dan heb ik alles voor elkaar. Het enige wat dan nog telt is waar ga ik heen op vakantie’. Leuk bedacht Sam, maar ik had nooit nagedacht over het fenomeen werk, geld verdienen, jezelf ontplooien, er-nog-een-beetje-appetijtelijk-uitzien- en kinderen die van ritme houden.
Zucht, ze hebben ze gewoon veel te leuk gemaakt, die kinderen van mij. Ik ben weer helemaal terug bij af. Face it: ik ben Sam en ik ben moeder. Ik heb verantwoordelijkheden dus ik moet verantwoordelijkheden nemen.

Gatver.
Ik ga naar de kroeg.

Afrikaantjes

074077:071088:076102:52:062N007:0P

Het is zondagmiddag, lente 1986. Mijn vader maakt de tuin zomerklaar wat voor hem inhoudt dat hij een randje met oranje afrikaantjes in de tuin plant. De tuin is netjes, we hebben een groen zonnescherm. Mijn moeder bemoeit zich niet met de tuin, dat doet mijn vader. We krijgen oranje grenadine met een knappertje. Ik fiets rond op een geel fietsje met een wit zadel. Het is goed.

Lente 1989. Het is warm voor de tijd van het jaar. Mijn vader heeft bakken met Afrikaantjes gehaald. Niks veranderd alleen we pakken nu zelf onze grenadine. Er komt chips op tafel maar we mogen het niet in één keer leeg eten want: eerst de grote mensen! Aan tegenspraak doen wij niet. Wij luisteren naar onze opvoeders.

Lente 1995. Mijn vader heeft weer Afrikaantjes gehaald. Wel in verschillende kleurtjes. De mallerd.
Het is een zomers gezicht. Als hij klaar is drinken mijn vader en moeder een biertje in de tuin. Mijn zus is weg, met haar vriend. Ik zit op mijn kamer, eindexamens moeten worden voorbereid. Ik doe het niet, maar ik blijf daar maar een poosje zitten om mijn ouders in die veronderstelling te laten.

Lente 2002. Mijn vader zet Afrikaantjes in de tuin van het huis aan de andere kant van het dorp. Maar ik ben er niet. Ik woon samen en heb mijn eigen tuin.
Als we zondagmiddag naar mijn ouders gaan, staan de Afrikaantjes op een rijtje in de grond.
Mijn zus is er ook, haar zoontje fietst op een geel fietsje met een wit zadel. Hij krijgt limonade en chips, uit een zakje. Ik drink een cola’tje, dat helpt het beste. Tegen de nadorst.

Het is lente, 2011. Mijn zus en ik treffen elkaar met onze aanhangers bij onze ouders.
We zitten in de tuin en we drinken al lang geen grenadine meer. Pap schenkt ons een wijntje in en de zoon en dochter van mijn zus vermaken mijn dochters. De mannen drinken bier.
Afrikaantjes zijn er niet meer. Net als de grenadine en de knappertjes. Olijven en blokjes kaas staan op tafel. We mogen pakken naar hartelust, wánt we zijn grote mensen.

Tegenspraak is er wel. Wij luisteren niet mee naar onze opvoeders. Wij weten het allemaal wel, mijn zus en ik.
Maar het is goed. Wat niemand weet weten mijn zus en ik wel. Het heeft allemaal zo z’n voordelen en nadelen. Maar het geeft niet. Het is goed. Het is zondagmiddag en het is lente.

Hunnie

Het gebruik van ‘hun’ als onderwerp is, volgens de Nijmeegse taalwetenschappers eigenlijk heel slim en efficiënt. Want je drukt er in één klap mee uit dat je het over levende wezens hebt. ‘Zij’ en ‘ze’ kunnen ook naar niet-levende zaken verwijzen. Er zijn dus situaties denkbaar waarin dat tot begripsverwarring kan leiden. Bijvoorbeeld: ‘Ze liggen op bed’ kan over mensen of lakens gaan; ‘Hun liggen op bed’ kan enkel over mensen gaan. Om deze reden zal hun als onderwerp ook niet meer verdwijnen uit het Nederlands.

Goed, dat zal allemaal best maar ik vind het gewoon geen gehoor. Het schijnt dat in informele spreektaal heel vaak hun in plaats van zij gebruikt wordt vandaag de dag. Officieël gezien is het niet fout maar volgens taaladvies wordt het doorgaans wel gezien als onverzorgd en plat.
Ben ik het dus helemaal mee eens.

En wat ik dan ook nog eens mateloos irritant vind is mensen die “Hij is groter als mij” gebruiken. Komóp mensen! Hoe moeilijk kan het zijn?!
De laatste jaren ben ik wat alerter geworden op taalgebruik en ik moet je eerlijk bekennen dat ik me écht kan storen aan dit soort fouten in taalgebruik. (Tot grote ergernis van sommige mensen om mij heen.)

Dus zij die hun hebben gelijk zeggen hebben geen gelijk en ik voel me niet beter als hun maar ik vind gewoon dat hun alles goed moeten zeggen.

Ongesteld

Ik ben dik. Ik ben vies. Ik heb puisten. Ik ben lelijk. Ik heb honger. Ik ben zo moe. Ik heb zo´n trek in chocola. Ik voel me zo rot. Ik heb buikpijn. Het leven is niet leuk. Het leven is gewoon KUT!

Goed, ongesteldheid dus.
De maandelijkse perikelen. Gezonde doorbloeding met enig leed.

Wij vrouwen, wij hebben het ook eigenlijk maar zwaar. We moeten roddelen, we moeten zeiken en dan worden we ook nog eens ongesteld.
Terwijl de vrouwen vroeger (en vroeger is in dit geval vóór de 19e eeuw) niet eens ondergoed droegen en het bloedverlies niet stelpten. Yak! Die vrouwen gingen vast nooit naar de kroeg.
Wat wel een ontzettend fijn en leuk grapje van moeder natuur is, is dat er zoiets bestaat als synchroon menstruatie. Wel zo handig. Dan zijn we lekker met zijn allen ongesteld en kunnen we de rest van de maand gewoon lekker ons slanke gelukkige zelf zijn.

Wij vrouwen menstrueren soms, vaak, regelmatig tegelijk met de goede vriendinnen. (Of zelfs collega’s in mijn geval!)
Is een biologisch feitje. Het heeft te maken met de levensritmes van vrouwen. Die gaan zich op elkaar instellen. Het schijnt zelfs een evolutionair voordeel om in dezelfde fase te zitten als de mensen waarmee je samenleeft. Het komt door de invloed van feromonen, die je niet ruikt, maar wel je gedrag beinvloeden.

Ik las ook dit:

“In 1971 ontdekte men dat vrouwen gevoelig waren voor de stof feromonen, alleen was niet duidelijk of dit nu echt als feromoon gezien kon worden of niet. Uit andere onderzoeken bleek dat als vrouwen werden blootgesteld aan de geurloze bestanddelen uit vrouwelijk okselzweet, dit hun menstruatiecyclus beïnvloedde. Afhankelijk van het moment in de cyclus, werd deze vertraagd dan wel versneld door de verschillende processen waarbij follikels betrokken waren extra te versnellen of juist enorm te vertragen. Hierdoor werd automatisch het tijdstip van de menstruatie naar voren dan wel naar achteren verschoven. Op den duur zal de menstruatie van vrouwen die intensief met elkaar samenleven, vrijwel tegelijkertijd gaan verlopen. De nadruk moet gelegd worden bij de woorden “op den duur” omdat het hier een effect op de langere termijn betreft: kortdurende blootstelling aan de stoffen uit het okselzweet van elkaar heeft invloed op de cyclus.”

Ok. Dus mijn cyclus hangt af van mijn reukzin. Van okselzweet. Ghátver!
Dat is trouwens opmerkelijk. Want mijn weltwitterendemaarnietruikende vriendin haar cyclus begint aardig synchroon aan mij te lopen. Maar hoewel ze wel twittert, ze ruikt dus niet.

Nog steeds geen heldere verklaring voor synchroon menstruatie.
Feit is: Iedere maand feest.
Nouja feest. Ik vind het niet echt een feest.
Doch. Als ik ´t niet word is het ook geen feest. Conclusie: het is nooit feest.
Zie je! Het leven is KUT!

Kutblog

Uit onderzoek blijkt dat vrouwen die netjes gesnoeid door het leven gaan een beter seksleven hebben. De Franse Elle heeft er zelfs een speciale term voor bedacht: ‘foufounista’. Een foufounista zou zijn: een vrouw die haar lichaamsbeharing goed in toom houdt en die met name voor de ‘schaamstreek’ voor totale ontharing kiest.

Een netjes geschoren kut dus.

Fair enough. Maar het blijft een heel gedoe, dat glad houden van je poes. Of niet dames?
We hebben allemaal wel eens gegoogled voor de ultieme tip, toch? (TOCH?!!)

Die bikinilijn ontharen brengt interessante vraagstukken met zich mee; Harsen of epileren? Wegwerpmesjes of een degelijk mannenscheermes met vervangend opzetstuk? Kaal of een streepje? Iedere dag of alleen met feesten en partijen?

Ik vind het in ieder geval een big isshue. Dat ontharen. Ik weet niet hoe dat met jullie zit maar niemand hoor je over bultjes, ingegroeide haren en het allerkutste: het steeds sneller terugkeren van de haren! Wat blijkt is dat 82% van de vrouwen de bikinilijn netjes bijhoudt. En de trend is: steeds kaler! Fúúck! (Ik bedoel kúút!) 29% van de vrouwen kiest voor een Brazilian (een smal streepje in het midden) en 10% gaat voor coupe Hollywood (alles weggeschoren).

Dan is er natuurlijk nog zo iets gruwelijks als Brazilian waxing. Oftwel; het verwijderen van schaamhaar tussen je benen, je bikinilijn, schaamlippen, je bilnaad en anus met een speciale was.

Geen haar op mijn doos die daar aan denkt.

Zus

Vroeger vond ik haar stom. Echt heel stom. Ze deed stomme dingen en wilde niet met me spelen. Ze had mooi lang haar en ik had stekels. (bedankt mam!) Haar kamer was groot en de mijne klein. Ze had stoere dingen en ik wilde ook stoere dingen. Ze had make-up en parfum: LouLou van Cacharel.
Ik wilde ook LouLou van Cacharel.
Ik wilde ook een roze bodywarmer met zo´n legergroene streep.
Die kreeg ik ook, uiteindelijk.
Omdat zij hem zelf niet meer droeg.

Toen ik 16 was reed zij al auto. Opeens vond ik haar niet meer stom, maar réte-stoer.

We hebben dezelfde contouren. Onze monden zijn bijna identiek. Allebei dezelfde groene ogen. Allebei klein. (zij kleiner!) Als we afvallen vallen we op dezelfde plaats af. (tieten!) Als we aankomen komen we op dezelfde plaats aan. (buik!)
We moeten lachen om dezelfde dingen. (geen commentaar!) We hebben dezelfde interesses (smartphone, twitter en wijn!).
We houden van eten (veel eten!) we zijn allebei ondernemend. (druk!)

Alle ruzies zijn uitgesproken. Geen onvertogen woord meer over haar dagboek (dat ik stiekem las) mijn eerste auto (die ik zelf betaalde) de kaasschaaf (die zij naar mijn hoofd gooide) en haar vriendje (die nu mijn zwager is).
En hoewel dit blog allesbehalve informatief is mag ´ie toch gepost worden.
Als eerbetoon aan mijn zus!

Jarig in 2011

Ik ben van 1980. Het jaar dat koningin Juliana afstand van de troon deed, het jaar dat teletekst uitgevonden werd, Joop Zoetemelk de Tour de France won. Het jaar van ABBA met ‘The winner takes it al’. Het jaar dat de gele postits werden uitgevonden.
En dat allemaal 31 jaar geleden.

Maar het heeft iets saais. Dat 31. Begrijp me niet verkeerd, ik ben niet zo iemand die het erg vind om ouder te worden. Ik kan ook helemaal niks met mensen die opmerkingen maken als: “Het is de leeftijd hé?!”, “Ouderom komt met gebreken”, “Ik ben ook de jongste niet meer” en “Op mijn leeftijd …”.
(Daarnaast ken ik mensen van 50 die vitaler en jonger zijn dan de gemiddelde bierdrinkende, cokesnuivende, onveilige-sex-hebbende 18 jarige.
Goed, dat terzijde).

Maar 31! Kom op zeg! Wat ís dat voor nietszeggende leeftijd! En kom nou niet aan met “Je bent zo oud als je je voelt” want dat is natuurlijk absolute bullshit. “Overal is een leeftijd voor” kan ik me dan beter in vinden.

Eenentwintig: je zit je op je top. Geweldige leeftijd. Men feliciteert je uitbundiger dan ooit. Want o o o wat een fijne leeftijd.
Vijfentwintig: men vergeeft je je onacceptabele, puberale gedrag nog. Als je een keer dronken uit de kroeg rolt vindt niemand dat echt hueel gek.
Zevenentwintig. Je valt nog onder het mom van: “Ja… Je bent nog jong hé?” Maar dan: achtentwintig, een breekpuntje. Je moet opeens gaan nadenken.
En vanaf je achtentwintigste ben je dan twee jaar lang onderweg om dertig te worden. Twee jaar lang de tijd om volwassen te worden, of enigszins volwassen verstand te ontwikkelen. En ai, daar is ´ie dan: ik mis dat stukje volwassen verstand dus. Typisch gevalletje -oorzaak-gevolg-situatie-ik denk nooit na voordat ik stomme dingen zeg.

Zucht, ja ik weet het: het had zo vaak minder gecompliceerd kunnen aflopen. Maarja! Who fucking cares?
Dus ik geef het op. En nee mensjes, hou op over een quarterlifetimecrisis, da´s ander verhaal.
Ander blog.

Vandaag word ik 31. How boring is that?!
Nogmaals: ik vind het niet erg om ouder te worden maar je moet het toch met me eens zijn dat 31 wel een beetje peper en zout leeftijd is. Je hoort in principe nergens meer bij.

Ik ben een echte dertiger die zich twintig voelt en een veertigere wil zijn.
Hieperdepiep! (zei iemand die op de jaren vooruitliep)
Hoera.