Buitenspel

Buitenspel is één van de oudste regels uit het voetbal. Maar dames, let op: ik heb baanbrekend nieuws: Buitenspel bestaat niet maar is slechts een complottheorie van alle mannen. Tegen ons!

Buitenspel is gewoon in het leven geroepen zodat wij vrouwen het vooral niet in ons hoofd halen te denken dat we verstand van voetbal hebben. Dus leggen de mannen het zo nu en dan héél onsamenhangend aan ons uit.

Dan zeggen ze vermoeid dat iemand die achter de laatste verdediger van zijn tegenstander staat, de bal niet aangespeeld mag krijgen en dat als hij hem wel aangespeeld krijgt als hij daar staat, dat het andere team dan een vrije trap krijgt. (Wat dus volgens een man een vrouwenuitleg schijnt te zijn.)

Dat buitenspel een complottheorie is wordt wat mij betreft keer op keer bevestigd wanneer je de buitenspelmomenten goed bekijkt. Alle spelers staan door elkaar heen te schreeuwen, er gebeurt van alles maar ondertussen is er feitelijk gezien dus niks aan de hand.

Maar toch, ik vind ze leuk hoor: voetbal kijkende mannen. Van die ernstige blik in die ogen. De meesten roepen zo nu en dan op een willekeurig moment ´Buitenspel´. Maar dat vergeef ik ze.

Het liefst kijken onze mannen naar een voetbalwedstrijd met hun brullende maten. Vol adrenaline en spanning voor de tv. Een biertje op links en een bitterbal op rechts.
(Behalve de mijne hoor. Die heeft mij op links én rechts. Enige voorwaarde is dat ik mijn mond hou.)

Ik ben zelf meer zo´n chauvinistische gelegenheidskijker.
Iemand die met een oranje tompoes en -wanneer het opeens ontzettend hip is- met een oranje boa om mijn nek ´komop jongens´ roept.´

En dan volgt 90 minuten aan nutteloze emotie. Ik hou daarvan. Zo volslagen onzinnig en daardoor heerlijk om te zien. Dat al die mannen zo lekker hetzelfde zijn.

Maar kortom dames: Buitenspel bestaat niet. Op zondagavond om 19.00 uur kijken de mannen voetbal. Houden wij ons mond en zo staat iedereen weer op de goede positie

Avond

Gewoon een keer vroeg naar bed. En dan lig ik. Woelend. Denkend. Malend. Ik maal over het feit dat het zonde van de avond is om vroeg naar bed te gaan. Ik ben een avondmens. Geniet van het leven wanneer het donker is en de wereld stil is. Goed. Slapen wordt hem nu even niet. Zachtjes naar beneden want, ik wil geen kinderen wekken. In de loop een vestje meegenomen, samen met een fleecedeken houd ik het wel warm. Ik staar naar buiten. In de huizen van de buren is het donker. De lantaarnpalen verlichten de straat voor niemand.

De laptop ligt op de bank, naast wat speelgoed dat opgeruimd had moeten worden. Mail komt niet binnen. Ik open de laptop en begin dit stukje te schrijven. De bank maakt geluid als ik ga verzitten.

De stilte van deze avond is heerlijk. Doch, de avond stelt lastige vragen. Maar ik weiger mij te laten meeslepen in somberheid. Triestheid is voor later. Antwoorden vinden in de duisternis is niet makkelijk.

Een blog schrijven verlegt de aandacht gelukkig. Nog even en de vermoeidheid zal toeslaan. Zo meteen nog even een kop thee, een beetje surfen op het web en dan het bedje weer in. Misschien neem ik er wel een koekje bij. Dus niet langer piekeren, afronden, blog posten en afsluiten.

Eerst thee zetten.

Yesterday is gone

Een kopje brandnetelthee aan mijn keukentafel. Rood tafelkleed met witten stippen. Ik open Youtube en luister naar Lenny Kravitz. ´Yesterday is gone´ zingt hij.
Ik zucht eens. Wat is er veel gebeurd.
Ik overdenk jaren altijd in foto’s. Er zijn duizenden plaatjes gemaakt van alle gebeurtenissen van mijn leven. Babyfoto´s, kinderfoto´s (stekels, bril, geen commentaar). Puberteit. Op een foto sta ik in een (te) strakke spijkerbroek, met legerkisten, een Cheers hemdje omarmd met mijn vriendin die hetzelfde aanheeft. De zon schijnt fel. Het is warm. Ik heb een biertje in mijn handen en ik vind het niet lekker. Mijn haar is lang, te veel zwarte make up. Mijn ogen staan onbezorgd en blij.
Wat volgt zijn trouwfoto´s, vakantiefoto´s, newborn moederfoto´s. Een prima leven.

En opeens open ik vanmorgen mijn computer en zie foto´s van mijn nieuwe leven.
Foto´s van mijn vriendinnen en zus die mijn spullen verhuizen.
Die een boterham eten in mijn keuken.
Van een ontbijtje met alleen mijn meiden. Foto´s van mijn meiden die op een boerderij wonen.

Ik hoop dat er veel van dit soort foto’s gemaakt zullen worden in mijn nieuwe leven.
Mijn thee is op. Ik ga Nomi uit school halen. Dat doen we op de fiets, de school is iets verder weg. En dat vinden we leuk joh.
Lenny Kravitz is afgelopen op Youtube. Yesterday is gone. Morgen gaat beginnen. Ik ben klaar voor. Ik ben gelukkig. Ik hou van mijn meiden. Zij houden van mij.
Ik heb er zin in!

Nieuw schip, nieuw leven

Nomi zit op haar plek in groep drie. Nine gedijt lekker op het kinderdagverblijf.
En waar Nomi juist extra klein lijkt op het grote schoolplein tussen al die grote kinderen is Nine inmiddels één van de groten van haar groep.

Nomi heeft een nieuwe schooltas want ja, als groep drie’er wil je wel een beetje goed beslagen ten ijs komen. En dat begrijp ik natuurlijk. Nine kreeg het doorschuif-exemplaar en is daar net zo blij mee.

Nomi, bijna zes, heeft meer dan ooit veel behoefte aan duidelijkheid en mijn eerlijkheid.
De twee mensen die ze het meeste lief heeft gaan uit elkaar.
Schuldgevoel. Torenhoog schuldgevoel. Verdriet. Schaamte. Pijn. Angst. Zomaar een greepje met gevoelens en emoties die vandaag de dag door mijn hoofd gaan.
Mijn lieve moeder zei ´t altijd al: `Eerlijk duurt het langst`.
Dus ben ik eerlijk. We hebben een paar keer per dag “Het is gewoon niet leuk-gesprekjes”. Waarin ik steeds uitleg dat het niet aan haar ligt.
Wat de uitkomst voor mij persoonlijk is, staat tijdens deze gesprekjes niet ter discussie. Wat wel ter discussie staat is dat het goed komt. Dat zij en haar zusje lief zijn. Dat er van haar gehouden wordt. Niet alleen door haar papa en mama maar door nog zó veel mensen.
En dat dat altijd zo zal blijven.
En dat dat moet in twee huizen, dat is klote (tegen haar zeg ik ‘niet zo leuk’ :)). Dat haar ouders zonder elkaar verder gaan verandert niks aan hun liefde voor haar en haar zusje.

En we moeten allemaal wennen. En dat zal de nodige lastige momentjes met zich meebrengen.
Maar liefde zullen ze krijgen. Liefde, eerlijkheid en oprechtheid.
Niet één, maar twee huizen gevuld met liefde voor haar en haar zusje.
’t is een nieuw schip en we moeten samen leren varen.

Broodnodig

“Eerst hartig dan zoet”. Hele generaties hebben het erin gestampt gekregen. (Waaronder ik). Het eerste broodje moet gezond, daarna volgt als beloning een broodje hagelslag of pasta.
Ouderwets en achterhaald.

Tuurlijk! Hagelslag, daar zit suiker in. En suiker hebben we niet nodig. Maargoed, in kaas en vlees zitten verzadigde vetten en zout, en ook dat hebben we niet nodig.
Dus dat is lood om oud ijzer. Toch?

Er zitten hier regelmatig vriendinnetjes aan tafel die gaan glunderen van het feit dat ze op hun eerste boterham mogen kiezen uit drie soorten hagelslag, chocoladepasta en al dat soort ongezond broodbeleg.
Moeders moeders laten we niet zo moeilijk doen. Als we onze kinderen iedere dag een beetje fruit en groente geven, hoe erg kan het dan zijn als we tussen de middag hagelslag op ons brood doen?
Het gaat volgens mij om het totale voedingspatroon. Gezond, maar we houden het wel gezellig :) .
En dan proppen we die vitamientjes er gaandeweg de week wel in.

Vroeger

“Nou, ik ging vroeger niet met de bus naar school hoor, ik fietste 20 kilometer. En op zondag moest ik ook naar school. Iedere dag douchen? Laat me niet lachen, met acht kinderen in een teil water, één keer per week. En ik was de jongste dus als ik aan de beurt was, was het water al lauw en vies”.

Jahaaa, toen was geluk nog heel gewoon.

Hoewel ik me terdege bewust ben van het feit dat ik ben opgegroeid in een ´makkelijk´ tijdperk (jaren 80) blijf ik me verbazen over het feit dat tijden blijven veranderen.
Ik had bijvoorbeeld geen rijen DVD’s. Toen ik pak ‘m beet 15 jaar was kregen wij voor het eerst een videorecorder in huis. We hadden één videoband die er in paste:
The sound of -fucking- music.
Dus de hills waren bijna dagelijks alive bij ons thuis.

Ik keek ook niet stiekem naar sekssites want internet hadden wij uiteraard niet. Het meest smeuige wat ik keek of las, was het dagboek van mijn zus.
Nu ik 31 ben mag ik eindelijk praten van vroeger:
Hoewel het eigenlijk een raadsel is dat ik nog leef aangezien mijn ouders geen autostoelen hadden. Geen gordels droegen. Mijn ouders samen rookten in de auto met de ramen dicht. Ik geen helm op mijn kinderfiets droeg en er nog geen kindersloten bestonden en ik dus gewoon een fles chloor aan mijn mond had kunnen zetten.

Ik had geen Playstation, Nintendo DS, X-box, Videogames, 64 TV-zenders, DVD’s, Surround-Sound, een eigen TV (nu ook niet trouwens, maar dat is een ander verhaal), laptop en Hyves, Facebook of Twitter. Ik had geen volgers maar vriendinnetjes. Als ik met mijn vriendinnetje wilde spelen ging ik naar haar huis en belde ik aan. Mijn moeder bracht me niet en haalde me niet op.

Ik vraag me af: Kan de realiteit van vandaag tippen aan de nostalgie van vroeger?
Vroeger was geluk heel gewoon. Tsja, dat zal allemaal best. Maar ik vind de afstandsbediening reuze handig. Ik heb nooit meer mislukte foto’s, want: die wissen we. Niemand vindt het gek als ik (moeder van twee schatten) in de kroeg zit. Ik vind de Twix net zo lekker als de Raider, ik vind pannekoeken net zo lekker als pannenkoeken en hoewel we ze niet meer zo mogen noemen: negerzoenen smaken ook nog hetzelfde.

Dus, was geluk vroeger gewoner dan nu?
>>> Geluk is pas zichtbaar als het voorbij is. (Godfried Bomans)

Mama

Hoewel ik mezelf niet als one of them beschouw (ik Twitter tenslotte niet over plasjes op potjes en dat soort jeukdingen) ben ik er wel degelijk één. Je zou het waarschijnlijk niet zeggen (toch?) maar ik ben moeder.
Als je geen moeder bent heb je niet door hoeveel tijd je hebt. Tijd om te stappen, tijd om uren te bellen, winkelen, tv kijken, werken, boeken lezen, om vervolgens weer te kunnen winkelen, je nagels overdag lakken en last, but not least: te slapen. Je eigen dingetje doen dus. 09.00 uur beginnen? Oh dan kan ik 08.20 uur wel opstaan.
Die tijd hebben we dus gehad.

Met het afscheid van mijn niet-moederschap, heb ik vrijwel direct afscheid genomen van mijn onbezorgde luxe leventje. Ook heb ik mijn flexibiliteit er uitgescheten tijdens mijn bevallingen. Neeeee, vóórdat ik kinderen kreeg vond ik dat verre van onbezorgd en luxe. Sterker: het was PURE rock´n roll! Ik ben in ieder geval langzaamaan omgetoverd tot een echte, tegen het verantwoordelijke aan, moeder. Er tegen aan hé? Want Godzijdank doe ik nog wel eens onverantwoordelijk.
Maargoed, ik ben dus wel een moeder. Die moeder die wel eens afspraken afzegt omdat ze moe is. Of omdat ze het zo retelekker vindt om op zaterdagavond even lekker op de bank te hangen. Gátver!

Zit ik door-de-weeks gezellig bij een vriendin, slaat de klok tegen een uur of 23.00 uur dan zeggen we tegen elkaar: “Oh jeetje het is al na elven, laten we er maar een eind aan breien”. Want ja, voordat ik thuis ben is het half twaalf en morgen om zes uur staat de eerste… nouja, je begrijpt me wel.
Vreselijk verantwoordelijk dus. Werd het net gezellig, moet er weer geslapen worden. Althans, een poging tot.

Zelfs in de weekenden vertoon ik van dat vreselijke verantwoordelijk gedrag. Geen vreemde excessen voor mij. Eén avondje los is het limiet. Want ja, twee avonden van het padje en het ochtendlicht begroeten, is misschien wat veel. Nee, op vrijdag doet Sam een wijntje maar gaat dan redelijk ‘op tijd haar mandje in’, want ze wil zo graag burgertrutterig naar de bakker ´voor het weekend´ en ook nog even naar de geitenboerderij en dat soort dingen.
Jak.

Voordat ik moeder werd dacht ik: ´Als ik later (later?) groot ben, dan heb ik alles voor elkaar. Het enige wat dan nog telt is waar ga ik heen op vakantie’. Leuk bedacht Sam, maar ik had nooit nagedacht over het fenomeen werk, geld verdienen, jezelf ontplooien, er-nog-een-beetje-appetijtelijk-uitzien- en kinderen die van ritme houden.
Zucht, ze hebben ze gewoon veel te leuk gemaakt, die kinderen van mij. Ik ben weer helemaal terug bij af. Face it: ik ben Sam en ik ben moeder. Ik heb verantwoordelijkheden dus ik moet verantwoordelijkheden nemen.

Gatver.
Ik ga naar de kroeg.

Afrikaantjes

074077:071088:076102:52:062N007:0P

Het is zondagmiddag, lente 1986. Mijn vader maakt de tuin zomerklaar wat voor hem inhoudt dat hij een randje met oranje afrikaantjes in de tuin plant. De tuin is netjes, we hebben een groen zonnescherm. Mijn moeder bemoeit zich niet met de tuin, dat doet mijn vader. We krijgen oranje grenadine met een knappertje. Ik fiets rond op een geel fietsje met een wit zadel. Het is goed.

Lente 1989. Het is warm voor de tijd van het jaar. Mijn vader heeft bakken met Afrikaantjes gehaald. Niks veranderd alleen we pakken nu zelf onze grenadine. Er komt chips op tafel maar we mogen het niet in één keer leeg eten want: eerst de grote mensen! Aan tegenspraak doen wij niet. Wij luisteren naar onze opvoeders.

Lente 1995. Mijn vader heeft weer Afrikaantjes gehaald. Wel in verschillende kleurtjes. De mallerd.
Het is een zomers gezicht. Als hij klaar is drinken mijn vader en moeder een biertje in de tuin. Mijn zus is weg, met haar vriend. Ik zit op mijn kamer, eindexamens moeten worden voorbereid. Ik doe het niet, maar ik blijf daar maar een poosje zitten om mijn ouders in die veronderstelling te laten.

Lente 2002. Mijn vader zet Afrikaantjes in de tuin van het huis aan de andere kant van het dorp. Maar ik ben er niet. Ik woon samen en heb mijn eigen tuin.
Als we zondagmiddag naar mijn ouders gaan, staan de Afrikaantjes op een rijtje in de grond.
Mijn zus is er ook, haar zoontje fietst op een geel fietsje met een wit zadel. Hij krijgt limonade en chips, uit een zakje. Ik drink een cola’tje, dat helpt het beste. Tegen de nadorst.

Het is lente, 2011. Mijn zus en ik treffen elkaar met onze aanhangers bij onze ouders.
We zitten in de tuin en we drinken al lang geen grenadine meer. Pap schenkt ons een wijntje in en de zoon en dochter van mijn zus vermaken mijn dochters. De mannen drinken bier.
Afrikaantjes zijn er niet meer. Net als de grenadine en de knappertjes. Olijven en blokjes kaas staan op tafel. We mogen pakken naar hartelust, wánt we zijn grote mensen.

Tegenspraak is er wel. Wij luisteren niet mee naar onze opvoeders. Wij weten het allemaal wel, mijn zus en ik.
Maar het is goed. Wat niemand weet weten mijn zus en ik wel. Het heeft allemaal zo z’n voordelen en nadelen. Maar het geeft niet. Het is goed. Het is zondagmiddag en het is lente.

Hunnie

Het gebruik van ‘hun’ als onderwerp is, volgens de Nijmeegse taalwetenschappers eigenlijk heel slim en efficiënt. Want je drukt er in één klap mee uit dat je het over levende wezens hebt. ‘Zij’ en ‘ze’ kunnen ook naar niet-levende zaken verwijzen. Er zijn dus situaties denkbaar waarin dat tot begripsverwarring kan leiden. Bijvoorbeeld: ‘Ze liggen op bed’ kan over mensen of lakens gaan; ‘Hun liggen op bed’ kan enkel over mensen gaan. Om deze reden zal hun als onderwerp ook niet meer verdwijnen uit het Nederlands.

Goed, dat zal allemaal best maar ik vind het gewoon geen gehoor. Het schijnt dat in informele spreektaal heel vaak hun in plaats van zij gebruikt wordt vandaag de dag. Officieël gezien is het niet fout maar volgens taaladvies wordt het doorgaans wel gezien als onverzorgd en plat.
Ben ik het dus helemaal mee eens.

En wat ik dan ook nog eens mateloos irritant vind is mensen die “Hij is groter als mij” gebruiken. Komóp mensen! Hoe moeilijk kan het zijn?!
De laatste jaren ben ik wat alerter geworden op taalgebruik en ik moet je eerlijk bekennen dat ik me écht kan storen aan dit soort fouten in taalgebruik. (Tot grote ergernis van sommige mensen om mij heen.)

Dus zij die hun hebben gelijk zeggen hebben geen gelijk en ik voel me niet beter als hun maar ik vind gewoon dat hun alles goed moeten zeggen.

Ongesteld

Ik ben dik. Ik ben vies. Ik heb puisten. Ik ben lelijk. Ik heb honger. Ik ben zo moe. Ik heb zo´n trek in chocola. Ik voel me zo rot. Ik heb buikpijn. Het leven is niet leuk. Het leven is gewoon KUT!

Goed, ongesteldheid dus.
De maandelijkse perikelen. Gezonde doorbloeding met enig leed.

Wij vrouwen, wij hebben het ook eigenlijk maar zwaar. We moeten roddelen, we moeten zeiken en dan worden we ook nog eens ongesteld.
Terwijl de vrouwen vroeger (en vroeger is in dit geval vóór de 19e eeuw) niet eens ondergoed droegen en het bloedverlies niet stelpten. Yak! Die vrouwen gingen vast nooit naar de kroeg.
Wat wel een ontzettend fijn en leuk grapje van moeder natuur is, is dat er zoiets bestaat als synchroon menstruatie. Wel zo handig. Dan zijn we lekker met zijn allen ongesteld en kunnen we de rest van de maand gewoon lekker ons slanke gelukkige zelf zijn.

Wij vrouwen menstrueren soms, vaak, regelmatig tegelijk met de goede vriendinnen. (Of zelfs collega’s in mijn geval!)
Is een biologisch feitje. Het heeft te maken met de levensritmes van vrouwen. Die gaan zich op elkaar instellen. Het schijnt zelfs een evolutionair voordeel om in dezelfde fase te zitten als de mensen waarmee je samenleeft. Het komt door de invloed van feromonen, die je niet ruikt, maar wel je gedrag beinvloeden.

Ik las ook dit:

“In 1971 ontdekte men dat vrouwen gevoelig waren voor de stof feromonen, alleen was niet duidelijk of dit nu echt als feromoon gezien kon worden of niet. Uit andere onderzoeken bleek dat als vrouwen werden blootgesteld aan de geurloze bestanddelen uit vrouwelijk okselzweet, dit hun menstruatiecyclus beïnvloedde. Afhankelijk van het moment in de cyclus, werd deze vertraagd dan wel versneld door de verschillende processen waarbij follikels betrokken waren extra te versnellen of juist enorm te vertragen. Hierdoor werd automatisch het tijdstip van de menstruatie naar voren dan wel naar achteren verschoven. Op den duur zal de menstruatie van vrouwen die intensief met elkaar samenleven, vrijwel tegelijkertijd gaan verlopen. De nadruk moet gelegd worden bij de woorden “op den duur” omdat het hier een effect op de langere termijn betreft: kortdurende blootstelling aan de stoffen uit het okselzweet van elkaar heeft invloed op de cyclus.”

Ok. Dus mijn cyclus hangt af van mijn reukzin. Van okselzweet. Ghátver!
Dat is trouwens opmerkelijk. Want mijn weltwitterendemaarnietruikende vriendin haar cyclus begint aardig synchroon aan mij te lopen. Maar hoewel ze wel twittert, ze ruikt dus niet.

Nog steeds geen heldere verklaring voor synchroon menstruatie.
Feit is: Iedere maand feest.
Nouja feest. Ik vind het niet echt een feest.
Doch. Als ik ´t niet word is het ook geen feest. Conclusie: het is nooit feest.
Zie je! Het leven is KUT!